27 juli 2017 - En toen kwam Roos op de wereld...

22-07-2018

Ik heb een 4-jarige cliëntgericht-experiëntiële therapieopleiding gevolgd. Moeilijke woorden, om aan te geven dat we vanuit onze ervaring van het moment werken, vanuit onze eigen beleving. Stilstaan bij wat je nu voelt is hierbij van groot belang. Als ik vanuit die bril terugdenk aan het moment dat Roos ter wereld kwam, kan ik alleen maar vaststellen dat ik die dagen ongeveer alles tegelijk en door elkaar heb gevoeld.

Heel hard heb ik naar Roos verlangd. Een dochter krijgen... iets wat ik lange tijd gedacht heb niet te zullen meemaken. Het was een sprookje met wonder na wonder: natuurlijk zwanger geraken (wat eigenlijk volgens de arts quasi onmogelijk was) en dan nog van een meisje! Dit laatste kwamen we te weten toen ik telefonisch de uitslag van de NIP-test kreeg. Onze dochter deed het prima, geen vuiltje aan de lucht. Nog enkele mooie zwangere maanden in het verschiet, om op 1 juli mijn verlof te starten. 27 juli, om zes uur 's morgens, vertrokken we naar het ziekenhuis. De bevalling verliep zo vlot, dat de gynaecoloog bijna te laat was. En toen kreeg ik dat mooie meisje in mijn armen. Wat was ze warm en nestelde ze zich tegen mij aan... Wat zag ze er anders uit dan Bas, zeker die oogjes... Maar ja, het was ook iemand anders en bovendien was ze nog wat verfrommelt. Mijn gezin is compleet. Ik heb alles wat ik maar dromen kan, een super papa voor mijn zoon en dochter. De nacht verliep wat minder vlot dan bij Bas, het drinken wou niet goed lukken. 'Aanhappen' was lastig voor haar.

De volgende morgen kwam de kinderarts op bezoek. Na een kort onderzoek sprak ze over haar vermoeden van het syndroom van Down bij Roos. Toen ik aangaf dat wij een goede NIP-test hadden, trok ze haar eigen woorden weer in twijfel en verdween. Ik bleef alleen verbaasd achter. Wat was er nu juist gebeurd? Ik belde papa op, die razendsnel in het ziekenhuis stond.

De komende dagen in het ziekenhuis waren zo zwaar, dat ik ze liever niet in detail vertel. Ik weet wel dat de twijfel lastiger was dan het eindelijk zeker weten. De boodschap krijgen dat ze zonder twijfel Down-syndroom had, zorgde voor een hard bonzend hart in mijn keel. Ik snakte naar adem, maar kreeg er geen genoeg. Ik kon niet spreken, wel huilen. Ik kon niet eten of drinken, wel in shock voor me uit staren. Op automatische piloot lukte het om voor Roos te zorgen. Wat zag ik haar toen al doodgraag, juist dat deed ook zoveel pijn. Zou ze mij graag zien, ook al twijfelde ik over onze toekomst? Zou ze medisch in orde zijn, zo niet, wat was er dan allemaal mis? Konden wij dit aan, als koppel, als gezin?

Gelukkig bracht papa zoveel mogelijk Bas mee naar het ziekenhuis. Wat kon hij de sfeer doen omslaan zeg! Waarom hadden wij verdriet? Hij had wel een zusje gekregen hé, en wat vond hij haar fan-tas-tisch! Ook Roos haar peter en mijn zus slaagden er in om mij te doen lachen , maar ook om mij gerust te stellen, door hun trouwe zorg voor nu en later te beloven. Papa Ken transformeerde in een zeer stevige en zelfzeker sterke man. Ik had altijd gedacht van zelf de sterke van de twee te zijn, maar niks was minder waar. Ik was een kleine zwakke versie van mezelf, dat maar sterker en groter kon worden, door het grenzeloze vertrouwen en de rust die papa Ken uitstraalde. 'Het is nu zo, laten we er het allerbeste van maken'. Zijn zekerheid en geloof dat wij het wel zouden redden, meer nog, ongelooflijk goed zouden doen was besmettelijk voor mijn toekomstbeeld.

Eens thuis werden we dagelijks verrast door vrienden, familie, een uitstekende vroedvrouw en topburen, die allen op bezoek kwamen, vaak met ook middag- of avondeten voor ons. Thuis bij elkaar zijn en bezoek krijgen deed ons duidelijk goed. We waren vertrokken voor ons verdere Roos-avontuur...